Mark van Wijk wil identiteit WVV Wageningen bewaken

Komend seizoen maakt WVV Wageningen kennis met Mark van Wijk als hoofdtrainer van het eerste elftal. Wie is deze pas 34-jarige Bennekommer, die de afgelopen jaren vooral rondliep in de jeugdopleidingen van VV Bennekom en N.E.C.?

De oplettende kijker zal zijn gezicht misschien herkennen van televisie, want in het najaar van 2016 was hij als hoofdtrainer van Ede/Victoria te zien in de BNN-serie Buitenspel, waarin Sophie Hilbrand dacht misstanden in probleemelftallen te kunnen oplossen.

,,Al met al heeft dat programma weinig opgeleverd”, concludeert Van Wijk, die in de zomer van 2015 bij de Edese club binnenstapte, met de missie om eindelijk eens uit de onderste regionen van de vierde klasse te klimmen. Het was zijn eerste klus als hoofdtrainer en door het grote aantal gele en rode kaarten die zijn ploeg pakte bepaald geen makkelijke uitdaging. ,,Maar om dat probleem uiteindelijk met een televisieprogramma op te lossen, was ook geen succes. Ik ben zowel op als buiten het veld altijd graag mezelf en dat wordt belemmerd als er een cameraploeg om me heen staat.”

Het typeert de Bennekommer, die na lang nadenken bescheiden antwoord op de vraag wat hem een goede trainer maakt. ,, Moet ik dat van mezelf zeggen? Weet ik niet hoor. Nou kijk, er zijn wel een aantal dingen die ik kan. Een hechte groep creëren en de sfeer goed houden is wel mijn kracht. Ik breng graag plezier, want dat zorgt ervoor dat je makkelijker dingen leert.”

Na anderhalf jaar bij Ede/Victoria levert Van Wijk zijn contract in. De misstanden binnen de selectie, in combinatie met een zorgwekkende thuissituatie worden hem teveel. ,,Omdat ik altijd geprobeerd heb met veel positiviteit het team te leiden, kijk ik met pijn in mijn hart terug op de manier waarop ik daar ben weggegaan. De dag voordat mijn vrouw en ik zouden gaan trouwen raakten we ons ongeboren kindje kwijt. Vanaf dat moment moest ik gewoon al mijn aandacht op mijn gezin storten.

Ik had achteraf gezien eerder moeten ingrijpen in de spelersgroep. Een aantal spelers hebben zich vervolgens niet oké richting mij gedragen, terwijl ik op dat moment simpelweg al mijn energie thuis nodig had,” klinkt de Bennekommer, die inmiddels wel het huwelijksbootje is ingestapt en bovendien met zijn vrouw in verwachting is van een tweede kind.

Van Wijk is graag kritisch op zichzelf, net zoals hij dat naar zijn spelersgroep is. ,,Ik ben pas 34 jaar oud, dus kan me zeker nog volop verbeteren. Op trainingen praat ik vaak net iets te vaak en in mijn bevlogenheid kan ik soms teveel van mijn spelers eisen. Mijn leven bestaat voor vijfenzestig procent uit voetbal, terwijl ik ook wel snap dat spelers in de vierde klasse op vrijdagavond best een biertje willen drinken.”

De huidige situatie bij Wageningen komend seizoen is helder. De laatste keer dat de club promoveerde is ruim vijf jaar geleden en de afgelopen twee seizoenen werd er in de vierde klasse geen nacompetitie behaald. Daar komt bovenop dat de gemiddelde leeftijd van de spelersgroep van het afgelopen seizoen is gestegen naar 28,8 jaar en het lijkt erop dat het deze zomer voor de laatste keer in een lange periode wordt dat er eigen jeugd doorstroomt naar de selectie. De kersverse hoofdtrainer beaamt het. ,,De grootste uitdaging ligt inderdaad bij het inpassen van jeugdspelers in het eerste elftal. Ik wil dit seizoen de selectie bij elkaar houden en vooral het tweede elftal ook serieus nemen. Het zit er natuurlijk aan te komen dat de oudere garde er een keer mee ophoudt en dan moet er een nieuwe lichting klaarstaan, waarbij de identiteit van Wageningen niet verloren gaat.”

,,Het enige probleem is dat ik nog geen Pools spreek, haha.”

Hij hoopt bij de jeugdspelers dezelfde leergierigheid te zien als bij zichzelf. Om zijn TC2 te behalen, volgt hij namelijk veel workshops om licentiepunten te verdienen. ,,Mijn doel is om voor mijn veertigste in bezit te zijn van TC1, daarmee kan ik dan clubs in de 1e– en hoofdklasse trainen,” klinkt een gemotiveerde van Wijk, die zelf echter ook inziet dat het diploma in Nederland een lange en dure weg is. ,,De cursus volgen duurt minstens één seizoen en kost tienduizend euro, exclusief kilometervergoeding en boekengeld. Best scheef eigenlijk, want uiteindelijk haal je hetzelfde UEFA-diploma in Polen voor 550 euro en daar duurt het vijf weekenden. Het enige probleem is dat ik nog geen Pools spreek, haha.’’

Tekst gaat verder onder afbeelding

TC3 behaalde de Bennekommer enkele seizoenen geleden in dienst van N.E.C., de club waar hij een aparte relatie mee heeft. ,,Ik zal het proberen uit te leggen’’, begint Van Wijk. ,,Op mijn drieëntwintigste kwam ik in Nijmegen binnen bij een profclub waar financieel best wat mogelijk was en waar ik omarmd werd door mensen die mij tot op de dag van vandaag nog steeds aan het hart gaan. Ik begon daar op zondagochtend de talenten te trainen en werkte veel samen met Ulrich Crüden, Mark Vaessen en Remco ten Hoopen. Ik heb daar ongelofelijk veel kansen gekregen om mezelf te kunnen ontwikkelen. Van de F1 tot de B1, overal heb ik training mogen geven. In twaalf jaar tijd heb ik er echt vriendschappen aan overgehouden en zoveel contact gelegd met mensen binnen de voetballerij.

Nu denk je misschien, waarom is het dan apart? Nou, toen we drie jaar geleden naar de Jupiler League degradeerden besefte ik pas dat de topsportwereld ook keihard kan zijn. De budgetten werden teruggeschroefd en echte clubmensen verloren hun baan of werden gevraagd of ze hun werkzaamheden niet wilden voortzetten voor een seizoenskaartje. Afgelopen seizoen hoefde ik na het ontslag van Peter Hyballa ook geen analyses meer te maken voor het eerste elftal, maar gelukkig ben ik als scoutingscoördinator nog wel betrokken bij de jeugdopleiding.”

Na ruim een uur te hebben gepraat in de kantine van Wageningen, is bijna alles aan bod gekomen, behalve zijn eigen verleden als voetballer. Van Wijk haalt zijn schouders op en met enige tegenzin geeft hij een klein inkijkje. ,,Ik praat niet graag over. Ja, ik kon aardig ballen, maar het is allemaal veel te vroeg opgehouden. In de C1 brak ik mijn enkel, daar ben ik eigenlijk nooit meer van hersteld. Daarom vind ik het moeilijk om te suggereren over wat het was geworden als ik geen blessures had gehad, want dat is echt koffiedik kijken. Als mensen het me vragen, vertel ik gewoon dat ik altijd met veel plezier bij Bennekom heb gevoetbald en in het tweede elftal nog een paar seizoenen leuk heb meegedaan. Je moet niet vergeten dat het de gloriedagen van Bennekom waren. Op een gegeven moment stond ik in het tweede elftal met Arno Splinter op de training, die man had met Ajax gewoon in de Champions League gespeeld.

Al met al heb ik zelf voetballen dus al vroeg opzij geschoven voor het trainersvak, omdat ik hiermee nog wel een bepaald niveau kan bereiken. Dat traject moet komend seizoen verder gaan bij Wageningen, want ik wil samen met de club een ontwikkeling doormaken.”

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met een *

*