Gedreven Van Veen: ,,Ambitieus zijn kost geen geld’’

SKV bereidt zich vanaf 8 augustus voor op het nieuwe seizoen en doet dat wederom met Kevin van Veen voor de groep. De in Wageningen woonachtige oefenmeester gaat alweer zijn vierde seizoen als hoofdtrainer van de club tegemoet, terwijl hij pas vijfentwintig jaar oud is.

,,Natuurlijk ben ik extreem jong aan deze functie begonnen,” vertelt Van Veen vanaf het overdekte terras naast de kantine van SKV. “Het klopt dat daar destijds best een risico aan zat. Ik heb me alleen nooit te jong gevoeld, daar heeft mijn stijl als trainer wel bij geholpen. Als ik gelijk enorm tekeer was gegaan, dan was mijn houdbaarheid heel kort geweest. Ik kom liever met inhoud, spelers moeten het gevoel hebben dat ze iets aan mij hebben. Ik ben hier namelijk om hen te helpen en het team hogerop te tillen. Uiteindelijk hoop je dat zij dat vooral ook zo ervaren en dat heeft niets met mijn leeftijd te maken.”

Van Veen werd mede vanwege het ontbreken van de benodigde papieren in zijn begintijd bijgestaan door Dick van Kleef, tegenwoordig technisch manager binnen de vereniging. Inmiddels is hij echter in het bezit van een UEFA-B diploma en combineert hij het coachen bij SKV met een fulltime baan bij FC Utrecht. In de Domstad is hij onder meer assistent- en keeperstrainer van Jong FC Utrecht.  ,,Vanuit daar word ik ook erg gestimuleerd om een amateurvereniging te blijven trainen, want dat vergt hele andere competenties van mij als coach. De omschakeling van overdag in Utrecht met de profs werken en ’s avonds met de amateurs trainen is groot en in het begin had ik daar wel moeite mee. De benadering is heel anders, maar de afwisseling houdt het uitdagend. Voor de profs is het aanhaken of afhaken, daar gaat alles vrijwel vanzelf, terwijl ik er bij SKV voor moet zorgen dat spelers het naar hun zin hebben en zich prettig voelen in de groep.”

,,Ik heb te accepteren dat spelers een sigaret opsteken en een paar biertjes drinken”

Buiten het veld leeft de in Zetten opgegroeide trainer een vrij rustig bestaan. ,,Ik werk veertig uur per week bij FC Utrecht en twintig uur bij SKV, maar in de praktijk is dat meer. Als ik er dan ook nog een rock-‘n-roll leven op na zou houden, is dat moeilijk te combineren. Voor mij is de tijd van ieder weekend de stad ingaan wel geweest. Dat sommige spelers misschien minder voor het voetbal leven is soms moeilijk, maar dat ligt volledig aan mij. Een goede coach moet zich kunnen aanpassen aan het niveau en de selectie. Dat betekent bij SKV dat ik te accepteren heb dat spelers na de wedstrijd een sigaret opsteken en een paar biertjes drinken.”

,,Wel probeer ik me ook bij SKV altijd tot in perfectie voor te bereiden,” vervolgt Van Veen stellig. ,,Misschien soms iets teveel zelfs. De lat moet hier ook gewoon heel hoog liggen en fysiek vragen wij daarom best veel van de spelers. Waar het uiteindelijk allemaal om gaat is dat we gedurende het seizoen een proces op gang brengen waarin ontwikkeling centraal staat. We zullen nooit een profclub worden en we hebben geen geld dus spelers worden niet betaald. Maar ambitieus zijn kost geen geld en dat moeten wij met deze groep ook uitstralen.” 

Met het terugkeren van spelers als Bart Silvius (WAVV), Ismael Antonio en Nando Kersten (beiden DTS ’35) en het doorstromen van jeugdspelers Oscar van Mierlo en Tom Reugebrink zal de concurrentie rondom het eerste elftal vergroten. Desondanks verwacht Van Veen dat het geen probleem wordt om zijn spelers tevreden te houden. ,,Ja er zullen teleurstellingen zijn. Maar daarom is het belangrijk dat de doelen en afspraken binnen de selectie helder zijn. Er zijn trainers die een dik pak papier met regels en afspraken aan de spelers meegeven. Dat doe ik niet, maar ik leg de selectie aan het begin van het seizoen wel een aantal casussen voor, waar zij op mogen reageren. Bijvoorbeeld: ‘Onze keeper arriveert op de wedstrijddag een half uur te laat. Wat doen we?’ of ‘wat te doen met spelers die door omstandigheden minder kunnen trainen?’ Daar mag de groep over discussiëren en als ik het er dan ook mee eens ben is de sanctie vervolgens helder. Hierdoor bepalen de spelers voorafgaand de leidraad van regels die we tijdens het seizoen hanteren.”

,,het kan niet zo zijn dat er in een ander elftal betere spelers lopen dan in het eerste elftal”

,,We hebben afgelopen jaar lichtelijk noodgedwongen de jeugd veel kansen gegeven in het eerste elftal” blikt de oefenmeester terug. Het veelvuldig doorschuiven van jeugdspelers leidde tot enige commotie binnen de vereniging, waarbij werd beweerd dat de prestaties van met name de O19 er erg onder leden. ,,Uiteindelijk dient een jeugdopleiding in mijn optiek echter voor het eerste elftal. De selectie is het vlaggenschip van de vereniging. De gezondheid en kwaliteit van de club worden afgemeten op de prestaties van het eerste elftal. Als wij het voor elkaar krijgen om zonder spelers te betalen promoveren naar de tweede klasse, met een elftal waarin veel eigen jeugd speelt, dan zal dat een hoop teweegbrengen in de regio.” Desalniettemin betreurt hij de degradatie van de O19. ,,Erg jammer, maar denk ik ook onnodig. Ik heb de wedstrijden gezien, dat was nog steeds een aardige ploeg die er niet uit had hoeven vliegen. Maar het kan niet zo zijn dat er in een ander elftal betere spelers lopen dan in het eerste elftal, vandaar dat ik een aantal spelers heb doorgeschoven.”

Opvallend is dat Van Veen tijdens het beantwoorden van de telkens de tijd neemt voor een uitgebreide argumentatie. Het blijkt een eigenschap te zijn die hij ook richting zijn spelers hanteert. ,,Ik ben vrij analytisch ingesteld. Dat is als het goed is terug te zien tijdens trainingsmaterie en de manier waarop wij een wedstrijd ingaan. Er zit altijd wel een idee achter. Ik weet namelijk ook wel dat je als trainer nooit de belangrijkste schakel bent. de spelers moeten het op zaterdag doen. Ik vind het daarom belangrijk dat ik draagvlak heb binnen de selectie en dat creëer je door duidelijkheid.”

Ondanks de nodige versterkingen, wil hij niet direct spreken over een veel hoger verwachtingspatroon betreft de eindklassering. ,,Resultaat is een heel logisch vervolg van een voorafgaand proces. Dat proces deel ik op in een fysiek, mentaal, technisch en tactisch vlak. Fysiek moet het beter dan afgelopen jaar, mentaal was het goed, maar dat moet wel zo blijven, tactisch zijn we erg sterk en technisch kan het altijd beter, maar daar zijn goede trainingen voor nodig. Natuurlijk is meespelen om promotie wel het doel, maar dat moet een logisch vervolg zijn van een goed proces.”

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met een *

*