Bergnamen: van Charley tot Panno

Ten tijde van het betaald voetbal op de Berg, maakte de Wageningse gemeenschap er een kunst van de spelers enkel bij hun bijnaam te noemen.

Epy Drost bijvoorbeeld, die werd geboren als Eimert, was in zijn jeugd een ondeugend knaapje en werd in de Bloemenbuurt dat apie van Drost genoemd. Apie werd Epi, maar om het wat chiquer te maken veranderde hij de ‘i’ in een ‘y’. Na drie seizoenen in het eerste elftal van Wageningen belandde hij via Heracles in Enschede, waar hij in de jaren zeventig uitgroeide tot Mister FC Twente.

Wat ooit Panno’s Pub was, anno 2018

Of neem stopperspil André Leander, met zijn bijnaam Panno. Als kind vertrok hij na de oorlog naar Zweden, om wat aan te sterken. Het liefst at hij pannenkoeken, maar daar hadden ze in Scandinavië nog nooit van gehoord. ‘Het schijnt dat ik er nogal veel om vroeg, dus zijn ze me maar zo gaan noemen.’ Zijn zoon opende later een café: Panno’s Pub.

Maar het bekendste voorbeeld zal ongetwijfeld Charley van de Weerd zijn, die als Anton het levenslicht zag. In de winter was hij met vrienden aan het schaatsen, toen een wildvreemde man vanaf de dijk riep dat hij op Charley Chaplin leek, vanwege de gekke manier waarop hij zich op het ijs bewoog. Het betekende de geboorte van misschien wel de beroemdste bijnaam in de geschiedenis van het Nederlands voetbal. Zijn latere sportzaak heette dan ook Charley van de Weerd, evenals zijn kleinzoon.

Aanraakbaar

Eugène Eus van Vijfeijken, Zeger Tita Tollenaar, Jan Pila van Osenbruggen. De bijnamen kenmerken het gegeven dat op de Wageningse Berg de mannen die zondag op het veld stonden nog ‘aanraakbaar’ waren voor het publiek. Spelers en supporters dronken na afloop gezamenlijk een biertje. ‘Dan werd er na een slechte wedstrijd echt wel eens gemopperd, maar wij vergaten nooit dat zij speciaal voor ons massaal naar de Berg kwamen’, benadrukte oud-doelman Bert van Geffen nog maar eens.

Anton ‘Charley’ van de Weerd

Aart Ooms was publiekslieveling en gaf eigenhandig vrijkaartjes weg aan supporters, als zij een ‘klotewedstrijd’ hadden gezien van hem en zijn medespelers. ‘Ik wilde dat de fans na een wedstrijd nooit konden zeggen dat ik er niets aan had gedaan, dus werkte ik me kapot. Ik deed het allemaal voor de supporters, zij betaalden tenslotte mijn salaris. Die mensen werkten zich heel de week de kolere, maar kochten wel een duur kaartje om ons te zien spelen.’

Bij veel profclubs om ons heen is de binding met de regio allang verdwenen. Vitesse telt dit seizoen één Arnhemmer in de selectie. Na het wegvallen van FC Wageningen was het voor veel supporters moeilijk om zich met een nieuwe club te identificeren. Mijmeren over een hedendaagse profclub op de Berg, ook anno 2018 doet menig Wageninger het nog. Welke bijnamen zouden spelers als Bart van Brakel, Tom Menting en Peter Wisgerhof hebben gekregen?

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet gepubliceerd worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met een *

*